IKEA’s ballenbak

Nou meisje dit noem ik echt wel een beetje over dressed voor dit evenement. Het is zaterdagnacht 00.15 uur en ik sta samen met maatje Ig de Bakker op de galerij van de tribune boven de pits van het circuit van Le Mans. We wachten op de start van plateau 6, de grote race kanonnen tijdens Le Mans Classic 2014. De jeugdige dame in kwestie staat een paar meter van ons vandaan. Hoge hakken, mooie lange benen, een jurkje zo kort waarvan je zegt trek dan niets aan, laag uitgesneden rug, heel groot decolleté, een middeltje zo groot als mijn bovenbeen en lange zwarte haren. Even eerlijk gezegd zo’n meisje waarvan je op straat achterom kijkt om vervolgens met je kop tegen een lantaarnpaal te lopen. Ja zo een. Maar nu tijdens Le Mans Classic kijkt niemand naar haar. Hoe erg ze ook met zwoele blikken en haar kontje draaiend haar best doet. Alle ogen zijn gericht naar de baan waar enkele seconden later in een arena van Tribunes de meer dan 70 Le Mans wagens uit het tijdperk 1972-1979 voorbij stuiven en aan hun eerste wedstrijd van het weekend beginnen. Het lawaai is overdonderend en het geluid weerkaatst diverse malen tussen de hoge tribunes. Op de tribune onder me alleen maar lachende gezichten van mannen, vrouwen en kinderen. Allemaal behalve een. Het mooie meisje heeft door dat gezien en gezien worden in Le Mans een andere dimensie krijgt wanneer ze de concurrentie aan moet met rokende en vlammende uitlaten, geur van olie en onverbrande benzine en een geweldige strijd in de arena. Ze druipt met het gezicht van oorwurm af en daalt op haar veel te hoge hakjes de trappen af. Prachtig dit, Le Mans Classic, auto’s winnen het hier eens echt van hele mooie vrouwen. Sorry dames.

Ignatius de Bakker probeerde me al een aantal jaren over te halen om mee te gaan naar Le Mans Classic. Randall jij bent zo’n Historisch race dier daar moet je heen. Geen tijd, altijd dat eeuwige excuus je kent dat wel, ook een beetje van ik race zelf en kom op genoeg evenementen waar ik heel veel auto’s al gezien heb dus waarom zou ik gaan. Doe het nu maar bleef Ig door mekkeren je krijgt geen spijt. Ig krijgt gelijk. Want vanaf de eerste minuut dat ik de poorten van Le Mans binnen rijdt komt er een smile op mijn gezicht die nu een tijdje na het evenement er nog steeds niet af is. Le Mans Classic pakt je op en smijt je als volwassen vent in de ballenbak van Ikea. Binnen een paar seconden wordt je een groot kind. Je huppelt spreekwoordelijk van het ene avontuur in het andere. Ik ben verbaasd om de hoeveelheid auto’s die hier en daar staan. Auto’s, exclusieve exemplaren, die ik als modellen verkoper wel een keer op schaal in mijn handen had gehad, waarvan ik wist dat ze nog in het echt bestonden maar nog nooit had gezien. En nog mooier ze maken nog lawaai ook. De sfeer op de paddock en tribunes is overweldigend. Je ziet aan alles dat het hier eens een keer bij de organisatie niet er om te doen is om het feestje mooi te maken voor zichzelf en de rijders maar vooral dat het publiek vermaakt moet worden. En dat gebeurt meer dan voldoende. Ontelbaar merkenclubs met ik heb ze niet geteld, duizenden prachtige en soms heel bijzondere wagens die staan opgesteld op de binnen terreinen en langs het korte Bugatti circuit. Allemaal bereikbaar, tastbaar en eigenlijk teveel om ze in drie dagen te bekijken. In de paddock staan de verschillende plateaus opgesteld. Plateaus, de raceklassen, 6 in totaal die elk een eigen tijdsbeeld uitbeelden.

Plateau 1 : 1923-1939, de tijd van de Bentley Boys met hun grote super chargers, de fraaie Delahaye, Chenard et Walker en snelle Lagonda. De tijd van ijzeren mannen met hele grote sturen die door weer en wind in hun open auto’s het toen nog zelfs op onverharde paden circuit trotseerden. Die te zien rijden is een genot en van alle plateaus op de paddock ruik je hier naast de geur van olie ook die van een “good old cup of English Tea”.

Plateau 2 : 1949-1956. Het naoorlogse tijdperk waar de automobiel industrie opbloeide en waar elke dag nieuwe ontdekkingen werden gedaan. Porsche 356, Jaguar D en C type, Renault 4 CV, Austin Healey, Maserati 300S, Morgan+4. Verzin het maar het doet mee net zoals elke auto fabrikant maar ook veel avonturiers met geld in die tijd mee wilde doen aan de grootste wedstrijd ter wereld.

Plateau 3: 1957-1961. De tijd van ook de eerste echte specials. De tijd dat Ferrari en Aston Martin de scepter zwaaiden over Le Mans met hele fraaie GT bolides.

Plateau 4: 1962-1965. De tijd waar Ferrari wordt uitgedaagd door brute power uit Amerika en zelfs Turbine power uit Engeland. Ferrari overleefd maar veranderingen staan op komst. Prachtige auto’s in dit Plateau. Jaguar E types, Ferrari Breadvan, Nederlander David Hart met een AC Cobra, Hans Hugenholtz met Ford GT 40 (overall winnaar), Alfa Romeo TZ, Alpine M65, Sunbeam Alpine, Marcos Mini, Lotus Elan, de lijsten gaan maar door en door en door en door……..

Plateau 5: 1966-1971 : Ford overheerst met de GT40. Maar de concurrentie zit niet stil en vooral in Stuttgart bouwt men een auto die een stijlicoon in de autosport gaat worden. De Porsche 917. Ook hier kom je ogen en vooral oren te kort. Zoveel fraais, Ferrari 512, Lola T70 met ook weer David Hart die fraai wint, Chevron B16, Porsche 906, Alfa 33TT3, Corvette, Nomad, Ligier, DE Tomaso en ja inderdaad verzin het maar het is er. Ook mijn favoriet de Alpine A220 van Stepak. Aardige man, maar vooral bijzondere auto.

Plateau 6: 1972-1979 : Het tijdperk waar de grenzen onbeperkt leken op Le Mans. De tijd waar geld klaarblijkelijk bijna geen rol meer speelde om Le Mans te winnen. Waar auto’s verschenen die nu nog als kunst gezien worden. De BMW M1 en 3.0 Csl, de Ferrari 512BB LM, Rondeau, Lola, Gulf Mirage, Cheetah (wat een beest), Porsche 911 RSR en natuurlijk Alpine A442B.

Allemaal raceklassen met hun eigen historie en hun eigen verhaal. Allemaal auto’s met een historie en natuurlijk heel veel verhalen. Allemaal auto’s die door hun eigenaren gebruikt worden waarvoor ze gemaakt zijn. Uitlaten op Le Mans. Door de Dunlop chicane onder de brug richting de Esses en Tertre rouge. Dan het rechte stuk op van Mulsanne, afremmen voor de scherpe rechtse bocht van Mulsanne, richting Indianapolis en Arnage, waar vroeger de zandschep voor je klaar lag als je de bocht niet haalde, door de Porsche bochten naar de Ford Chicane en weer het rechte stuk op. Dat allemaal 24 uur lang. Nu niet, alle plateaus reden dit weekend uiteindelijk na vrije trainingen en kwalificaties op vrijdag elk 3 wedstrijden van elk 45 – 50 minuten in het weekend. Elkaar afwisselend betekende dat 24 uur raceplezier voor het publiek en steeds weer verschillende auto’s die voorbij raasden. Dat concept beviel me wel. Bij de echte 24 uur ben je vaak na 30 rondjes de wagens wel zat en zoek je je vertier ergens anders. Hier krijg je dat gevoel minder. Want elke anderhalf uur krijg je een nieuwe show opgevoerd. Zie het maar een beetje als naar verschillende musicals gaan. Je zit in hetzelfde theater en elke anderhalve uur krijg je een nieuwe voorstelling. 8 uur lang en dan begint het weer van voren af aan. Alleen onder verschillende omstandigheden. Licht, schemer, donker, opgaan van de zon, regen etc. Je zit dus niet 24 uur naar Soldaat van Oranje te kijken. Dat gaat inderdaad vervelen. Le Mans Classic niet, nooit……

U leest het inderdaad een klein kind zo voelde ik me drie dagen daar in dat beroemde plaatsje Le Mans. Even totaal afgeschermd van de boze buitenwereld. Je kind voelen als je naast je held Jean Ragnotti hangend over de cockpit van zijn Alpine A442B, als dan toch wel weer amateur coureur de problemen van zijn kwalificatie met hem door bespreekt. Even als coureurs onder elkaar. Onder een auto kruipen als je ontdekt dat de originele Alpine A310 die op Le Mans heeft gereden, zo’n auto waar jezelf ook de circuits mee onveilig maakt, ook aanwezig is. Even kijken hoe deden ze dan dat toen, is er wat anders wat wij nog niet uitgevonden hebben om tot de conclusie te komen dat dat autootje van jezelf nog zo slecht niet is.

Een uurtje zeer relaxed met weer zo’n jeugdheld Gijs van Lennep door de paddock struinen, verhalen aanhoren waarna je alleen maar kan concluderen dat ze vroeger echt knetter gek waren. Overleven van die tijd was al een sport op zich. Mooie man die Gijs en prachtig de grijns op het gezicht te zien als hij een rondje demo gaat rijden met de originele Porsche 911 RSR waar hij Le Mans in de jaren 70 onveilig maakte. Priceless dat. Gijs is het racen overigens nog steeds niet verleerd. Merken dat doorgewinterde Matra liefhebber en ook wel Matra bibliotheek Ig de Bakker kippenvel krijgt als een Matra 660 voorbij komt denderen over het rechte stuk. Is inderdaad mooie sound. Ook de blik in die ogen is onvergetelijk. Of het moment dat hij zijn idool Jacques Laffite ontmoet. Ook een klein kind op dat moment. Heerlijk. Ook gemerkt dit weekend dat fotografen een apart soort homo sapiens zijn. Zouden allemaal kunnen spelen in een alien film. Prachtig om ook fotografen maatjes Henry Soenarko en Carlo Senten te zien werken langs de baan. Dat is al een film op zich. De concentratie, het verdriet als iets niet wil lukken , als het weer niet meewerkt voor het juiste licht bij zonsopgang, de blijdschap wanneer daar opeens wel die foto is die in de gedachten zat. Het bekijken van elkaars werk in het perscentrum. Ook priceless. Inderdaad Le Mans Classic, iedereen krijgt er wat mee.

Alleen dat meisje he. Ik zou haar nog zo graag verteld hebben volgende keer gewoon lekkere schoenen aan te trekken, een gewoon casual outfit, kerels even te vergeten en net zoals ook een hoop andere vrouwen er gewoon van gaan genieten. Waarschijnlijk bij deze lieve meid een mission impossible. Ach ja je kan niet alles veranderen he. Hoop dat Le Mans Classic nooit verandert. Over twee jaar ben ik er weer bij. Als toeschouwer, als rijder nog leuker. Dromen mag toch………

Randall Lawson

Foto: IKEA’s BALLENBAK

Nou meisje dit noem ik echt wel een beetje over dressed voor dit evenement. Het is zaterdagnacht 00.15 uur en ik sta samen met maatje Ig de Bakker op de galerij van de tribune boven de pits van het circuit van Le Mans. We wachten op de start van plateau 6, de grote race kanonnen tijdens  Le Mans Classic 2014. De jeugdige dame in kwestie staat een paar meter van ons vandaan. Hoge hakken, mooie lange benen, een jurkje zo kort waarvan je zegt trek dan niets aan, laag uitgesneden rug, heel groot decolleté, een middeltje zo groot als mijn bovenbeen en lange zwarte haren. Even eerlijk gezegd zo’n meisje waarvan je op straat achterom kijkt om vervolgens met je kop tegen een lantaarnpaal te lopen. Ja zo een. Maar nu tijdens Le Mans Classic kijkt niemand naar haar. Hoe erg ze ook met zwoele blikken en haar kontje draaiend haar best doet. Alle ogen zijn gericht naar de baan waar enkele seconden later in een arena van Tribunes de meer dan 70 Le Mans wagens uit het tijdperk 1972-1979 voorbij stuiven en aan hun eerste wedstrijd van het weekend beginnen. Het lawaai is overdonderend en het geluid weerkaatst diverse malen tussen de hoge tribunes. Op de tribune onder me alleen maar lachende gezichten van mannen, vrouwen en kinderen. Allemaal behalve een. Het mooie meisje heeft door dat gezien en gezien worden in Le Mans een andere dimensie krijgt wanneer ze de concurrentie aan moet met rokende en vlammende uitlaten, geur van olie en onverbrande benzine en een geweldige strijd in de arena. Ze druipt met het gezicht van oorwurm af en daalt op haar veel te hoge hakjes de trappen af. Prachtig dit, Le Mans Classic, auto’s winnen het hier eens echt van hele mooie vrouwen. Sorry dames.

Ignatius de Bakker probeerde me al een aantal jaren over te halen om mee te gaan naar Le Mans Classic. Randall jij bent zo’n Historisch race dier daar moet je heen. Geen tijd, altijd dat eeuwige excuus je kent dat wel, ook een beetje van ik race zelf en kom op genoeg evenementen waar ik heel veel auto’s al gezien heb dus waarom zou ik gaan. Doe het nu maar bleef Ig door mekkeren je krijgt geen spijt. Ig krijgt gelijk. Want vanaf de eerste minuut dat ik de poorten van Le Mans binnen rijdt komt er een smile op mijn gezicht die nu een tijdje na het evenement er nog steeds niet af is. Le Mans Classic pakt je op en smijt je als volwassen vent in de ballenbak van Ikea. Binnen een paar seconden wordt je een groot kind. Je huppelt spreekwoordelijk van het ene avontuur in het andere. Ik ben verbaasd om de hoeveelheid auto’s die hier en daar staan. Auto’s, exclusieve exemplaren, die ik als modellen verkoper wel een keer op schaal in mijn handen had gehad, waarvan ik wist dat ze nog in het echt bestonden maar nog nooit had gezien. En nog mooier ze maken nog lawaai ook. De sfeer op de paddock en tribunes is overweldigend. Je ziet aan alles dat het hier eens een keer bij de organisatie niet er om te doen is om het feestje mooi te maken voor zichzelf en de rijders maar vooral dat het publiek vermaakt moet worden. En dat gebeurt meer dan voldoende. Ontelbaar merkenclubs met ik heb ze niet geteld, duizenden prachtige en soms heel bijzondere wagens die staan opgesteld op de binnen terreinen en langs het korte Bugatti circuit. Allemaal bereikbaar, tastbaar en eigenlijk teveel om ze in drie dagen te bekijken. In de paddock staan de verschillende plateaus opgesteld. Plateaus, de raceklassen,  6 in totaal die elk een eigen tijdsbeeld uitbeelden. 

Plateau 1 : 1923-1939, de tijd van de Bentley Boys met hun grote super chargers, de fraaie Delahaye, Chenard et Walker en snelle Lagonda. De tijd van ijzeren mannen met hele grote sturen die door weer en wind in hun open auto’s het toen nog zelfs op onverharde paden circuit trotseerden. Die te zien rijden is een genot en van alle plateaus op de paddock ruik je hier naast de geur van olie ook die van een “good old cup of English Tea”. 

Plateau 2 : 1949-1956. Het naoorlogse tijdperk waar de automobiel industrie opbloeide en waar elke dag nieuwe ontdekkingen werden gedaan. Porsche 356, Jaguar D en C type, Renault 4 CV, Austin Healey, Maserati 300S, Morgan+4. Verzin het maar het doet mee net zoals elke auto fabrikant maar ook veel avonturiers met geld in die tijd mee wilde doen aan de grootste wedstrijd ter wereld. 

Plateau 3: 1957-1961. De tijd van ook de eerste echte specials. De tijd dat Ferrari en Aston Martin de scepter zwaaiden over Le Mans met hele fraaie GT bolides. 

Plateau 4: 1962-1965. De tijd waar Ferrari wordt uitgedaagd door brute power uit Amerika en zelfs Turbine power uit Engeland. Ferrari overleefd maar veranderingen staan op komst. Prachtige auto’s in dit Plateau. Jaguar E types, Ferrari Breadvan, Nederlander David Hart met een AC Cobra, Hans Hugenholtz met Ford GT 40 (overall winnaar), Alfa Romeo TZ, Alpine M65, Sunbeam Alpine, Marcos Mini, Lotus Elan, de lijsten gaan maar door en door en door en door……..

Plateau 5: 1966-1971 : Ford overheerst met de GT40. Maar de concurrentie zit niet stil en vooral in Stuttgart bouwt men een auto die een stijlicoon in de autosport gaat worden. De Porsche 917. Ook hier kom je ogen en vooral oren te kort. Zoveel fraais, Ferrari 512, Lola T70 met ook weer David Hart die fraai wint, Chevron B16, Porsche 906, Alfa 33TT3, Corvette, Nomad, Ligier, DE Tomaso en ja inderdaad verzin het maar het is er. Ook mijn favoriet de Alpine A220 van Stepak. Aardige man, maar vooral bijzondere auto.

Plateau 6: 1972-1979 : Het tijdperk waar de grenzen onbeperkt leken op Le Mans. De tijd waar geld klaarblijkelijk bijna geen rol meer speelde om Le Mans te winnen. Waar auto’s verschenen die nu  nog als kunst gezien worden. De BMW M1 en 3.0 Csl, de Ferrari 512BB LM, Rondeau, Lola, Gulf Mirage, Cheetah (wat een beest), Porsche 911 RSR en natuurlijk Alpine A442B.

Allemaal raceklassen met hun eigen historie en hun eigen verhaal. Allemaal auto’s met een historie en natuurlijk heel veel verhalen. Allemaal auto’s die door hun  eigenaren gebruikt worden waarvoor ze gemaakt zijn. Uitlaten op Le Mans. Door de Dunlop chicane onder de brug richting de Esses en Tertre rouge. Dan het rechte stuk op van Mulsanne, afremmen voor de scherpe rechtse bocht van Mulsanne,  richting Indianapolis en Arnage, waar vroeger de zandschep voor je klaar lag als je de bocht niet haalde, door de Porsche bochten naar de Ford Chicane en weer het rechte stuk op. Dat allemaal 24 uur lang. Nu niet, alle plateaus reden dit weekend uiteindelijk na vrije trainingen en kwalificaties op vrijdag elk 3 wedstrijden van elk 45 – 50 minuten in het weekend. Elkaar afwisselend betekende dat 24 uur raceplezier voor het publiek en steeds weer verschillende auto’s die voorbij raasden. Dat concept beviel me wel. Bij de echte 24 uur ben je vaak na 30 rondjes de wagens wel zat en zoek je je vertier ergens anders. Hier krijg je dat gevoel minder. Want elke anderhalf uur krijg je een nieuwe show opgevoerd. Zie het maar een beetje als naar verschillende musicals gaan. Je zit in hetzelfde theater en elke anderhalve uur krijg je een nieuwe voorstelling. 8 uur lang en dan begint het weer van voren af aan. Alleen onder verschillende omstandigheden. Licht, schemer, donker, opgaan van de zon, regen  etc. Je zit dus niet 24 uur naar Soldaat van Oranje te kijken. Dat gaat inderdaad vervelen. Le Mans Classic niet, nooit……

U leest het inderdaad een klein kind zo voelde ik me drie dagen daar in dat beroemde plaatsje Le Mans. Even totaal afgeschermd van de boze buitenwereld. Je kind voelen als je naast je held Jean Ragnotti hangend over de cockpit van zijn Alpine A442B, als dan toch wel weer amateur coureur de problemen van zijn kwalificatie met hem door bespreekt. Even als coureurs onder elkaar. Onder een auto kruipen als je ontdekt dat de originele Alpine A310 die op Le Mans heeft gereden, zo’n auto waar jezelf ook de circuits mee onveilig maakt, ook aanwezig is. Even kijken hoe deden ze dan dat toen, is er wat anders wat wij nog niet uitgevonden hebben om tot de conclusie te komen dat dat autootje van jezelf nog zo slecht niet is. 

Een uurtje zeer relaxed met weer zo’n jeugdheld Gijs van Lennep door de paddock struinen, verhalen aanhoren waarna je alleen maar kan concluderen dat ze vroeger echt knetter gek waren. Overleven van die tijd was al een sport op zich. Mooie man die Gijs en prachtig de grijns op het gezicht te zien als hij een rondje demo gaat rijden met de originele Porsche 911 RSR waar hij Le Mans in de jaren 70 onveilig maakte. Priceless dat. Gijs is het racen overigens nog steeds niet verleerd. Merken dat doorgewinterde Matra  liefhebber en ook wel Matra bibliotheek Ig de Bakker kippenvel krijgt als een Matra 660 voorbij komt denderen over het rechte stuk. Is inderdaad mooie sound. Ook de blik in die ogen is onvergetelijk. Of het moment dat hij zijn idool Jacques Laffite ontmoet. Ook een klein kind op dat moment. Heerlijk.  Ook gemerkt dit weekend dat fotografen een apart soort homo sapiens zijn. Zouden allemaal kunnen spelen in een alien film. Prachtig om ook fotografen maatjes Henry Soenarko en Carlo Senten te zien werken langs de baan. Dat is al een film op zich. De concentratie, het verdriet als iets niet wil lukken , als het weer niet meewerkt voor het juiste licht bij zonsopgang, de blijdschap wanneer daar opeens wel die foto is die in de gedachten zat. Het bekijken van elkaars werk in het perscentrum. Ook priceless. Inderdaad Le Mans Classic, iedereen krijgt er wat mee. 

Alleen dat meisje he. Ik zou haar nog zo graag verteld hebben volgende keer gewoon lekkere schoenen aan te trekken, een gewoon casual outfit, kerels even te vergeten en net zoals ook een hoop andere vrouwen er gewoon van gaan genieten. Waarschijnlijk bij deze lieve meid een mission impossible. Ach ja je kan niet alles veranderen he. Hoop dat Le Mans Classic nooit verandert. Over twee jaar ben ik er weer bij. Als toeschouwer, als rijder nog leuker. Dromen mag toch………

Randall Lawson