Season 2015 Review

 

Vrijdag 5 februari 2016, Retromobile Parijs. Henri Pescarolo, ja de grote Henri strekt zijn hand uit en begroet me hartelijk. Ik glimlach van oor tot oor. Henri herkent me maanden nadat hij in mijn Grac Formule Renault heeft gereden tijdens Wings en Wheels in Gilze Rijen gewoon nog tussen de duizenden Franse fans die hem geen moment rust gunnen op de beroemde Franse klassieker beurs. We kletsen even, ja zoals racers onder elkaar dat gewoon even snel kunnen. Dan wordt Henri alweer meegetrokken door zijn vrouw naar een andere handtekeningen sessie. Ik lach om de totale gekte rondom hem. Ondertussen wel denkend, 2015 was wel een topjaar voor de equipe.


AARHUS,

22-24 mei

PRETPARK

Terwijl het zonnetje recht voor me mooi door de bomen schijnt schakel ik door in mijn Grac Formule Renault uit 1972 naar de derde versnelling. Ik heb geen tijd voor het mooie licht schouwspel.  De badkuip waar ik inzit trilt van de 6500 toeren die de 1600 cc motor in mijn rug maakt. Ik zit achter mijn balaclava met een grote lach op het gezicht . Achter mij proberen Historisch Formule 1 amateur coureurs Graham Williams in zijn Penthouse Hesketh 308E uit 1977 en Lorina McLaughlin in de ex Bennetton 192 van Michael Schumacher mij bij te houden.  Geen gemakkelijke opgave blijkt dat voor ze met hun brede auto’s in de smalle straten van Aarhus tijdens Aarhus Classic Race. Ik kijk geconcentreerd naar voren, in het park van Aarhus, onder de bomen van de Kongevejen straight, rijd ik vol gas tussen de betonblokken. Een kleine onachtzaamheid hier heeft grote gevolgen. Dat blijft even in het achterhoofd. Geconcentreerd maar wel met een grote grijns van oor tot oor. Want het bos lijkt op een tunnel en ik moet gelijk denken aan de woorden die Ayrton Senna ooit sprak op het circuit van Monaco dat hij in een snelle ronde de gehele ronde door een soort van tunnel reed. Datzelfde gevoel is ook hier enorm aanwezig. Natuurschoon en autosport in één moment. Love that.

Aarhus Classic Race. Het evenement in de straten van Aarhus rondom Mindeparken bestaat al een aantal jaar. Met Equipejaronn zijn we in volle ornaat aanwezig. De ontvangst door ook Alpine A310 piloot Lars Rosenfeldt en zijn superteam is enorm hartelijk. Alles wordt voor ons geregeld en waar we hulp nodig hebben wordt dat meteen gegeven. Super. Ik ben verbaasd dat van niets, normaal is dit een gewone stad, iets gemaakt kan worden. De accommodatie staat voor ons klaar. Grote tenten waar we meteen de auto’s in kunnen zetten, toiletten in overvloed, douches meer dan genoeg, een wedstrijdleiding en inschrijftafel waar alles supersnel en zonder oponthoud wordt afgehandeld, serieuze keuring van de auto’s etc. Ongelooflijk dat een stad en organisatie waar maar eenmaal per jaar iets wordt georganiseerd op autosport gebied het beter voor elkaar krijgt dan menig ingericht circuit. Wonderen bestaan dus nog.

Ruud Poels heeft zijn Porsche 964 die te nieuw is voor dit evenement in Nederland gelaten en rijdt mijn ouwe vertrouwde racebeest de roze Alpine. Nog nooit zoveel respect gekregen en zo onder de indruk geraakt van iemand die in een voor hem totaal vreemde auto op een straten circuit zijn rondjes heeft gedraaid. En er ook nog retesnel mee ging. Daar werd ik enorm vrolijk van en ben dat nog. Ruud is naast een gezellige gozer een serieuze goede coureur dat heeft hij mij bewezen dit weekend. Zijn eerste plaats uiteindelijk bij de Nederlanders, een prachtige 9e plaats algemeen, de grote Trophee en de kus van twee mooie Deense meiden aan het einde van het evenement meer dan terecht.

Ikzelf was best wel een beetje bang in eerste instantie. Dat onbekende van een stratenrace. Wat als…… Maar eenmaal op het circuit maakt het niet meer uit of die betonblokken er staan of niet. Het is net als op een gewone baan een kwestie van tussen de witte lijntjes blijven. Met het enige verschil dat de lijntjes hier niet wit zijn maar van beton. Ach kleinigheidje toch. De vrije training gaat lekker het is gewoon even het circuit verkennen en kijken waar de rem punten zijn. Die zijn lastig te vinden want de baan is niet alleen glad in die eerste sessie maar blijkt ook hobbelig. Twee Porsches zitten me in die sessie redelijk in de weg. Het blijken later een paar van de kopgroep te zijn. Ik zet de 9e tijd neer, Ruud op 8 seconden een 21 ste.  De Deense Alpine rijder Lars Rosenfeldt zit op 10 seconden. Op dit korte circuit is dat veel. Lars heeft veel problemen en mijn jongens helpen het team van hem dit op te lossen. Onze twee Alpines doen het lekker en buiten bijtanken is er niks aan de hand. De kwalificatie gaat voor Ruud super. Met een 1.31 zet hij een 20ste tijd neer en hij rijdt hetzelfde als ik in de vrije training. Serieus dus 8 seconden sneller. Ikzelf ga als bagger. Overdrive the car totaal en als ik eindelijk na een kleine safety car periode rust heb gevonden in de bovenkamer en voor een super ronde ga, die echt lekker aanvoelt, houd de auto er opeens mee op bij het oprijden van het rechte stuk. Met moeite krijg ik de auto weer aan de praat maar echt gaan doet hij niet meer en in lage toeren is het game over. Twee seconden sneller ben ik maar dan in de vrije training, terwijl ik zeker weet dat er nog 3 afkunnen. Maar het maakt verder niet meer uit want al gauw constateert mijn motor Goeroe Dinand waar het probleem zit. Niet de motor maar de mechanische inspuitpomp van Kugelfischer is stuk. Een piepklein onderdeeltje binnenin de pomp is gebroken en die zorgt ervoor dat op het juiste moment de juiste hoeveelheid brandstof wordt ingespoten. Gevalletje Game Over.

Normaal zou ik daar mega chagrijnig van worden. Noem het volwassen worden, ik noem het eindelijk na vele jaren steeds meer doorhebben dat autoracen echt nergens over gaat. Buiten dan alleen plezier hebben met je vrienden. Dat plezier staat recht tegenover mijn A310 GrIV in een andere tent. De Grac Formule Renault. Mijn zeepkist. De rest van het weekend gaat, als ik er tussen de grote jongens in de Formule 1 bolides rijd, de grijns niet meer van mijn gezicht. En die van mijn teamleden Jan, Ron, Dinand, Hans, Mike en Ine ook niet. Want hoewel in eerste instantie de F1 piloten me een beetje argwanend aankijken op de startgrid van wat moet die vlo tussen ons speelgoed, wordt ik na de eerste showrun al helemaal geaccepteerd. De jongens en meisjes hebben het zwaar in hun grote zeepkisten met dikke banden en al gauw worden er tussen de rijders onderling afspraken gemaakt dat degene die door mij wordt ingehaald aan de bar in het Hotel de drank betaald. Reken erop dat die rijkelijk gevloeid heeft want er zijn een hoop er de klos.


 

LE MANS

La Fete de l’ACO 3-5 Juilliet 2015

Push, push……..

Ik zit muurvast achter de grote Amerikaan. Nergens een plekje waar ik er voorbij kan komen. Jose Beltramelli gooit op het Bugatti circuit zijn Corvette C2 zo dwars door de bochten dat ik er op die plekken waar ik veel sneller ben er niet voorbij kan komen. Op de rechte stukken als de gaskraan van het Big Block in de Chevy vol open gaat heb ik geen schijn van kans en loopt Jose met grote stappen van mij weg. Om vervolgens achter op het circuit weer door mij bijgehaald te worden. Beltramelli, wat een naam, hij zou zo kunnen voorkomen in een Michel Vaillant strip. Daar zou het kat en muis spel tussen mijn kleine Alpine A310 en de grote Corvette ook mooi beschreven en uitgebeeld kunnen worden door Jean Graton.  Zo’n verhaal van Vaillant tegen de Leader. Het gaat allemaal door mijn hoofd als ik ronde na ronde probeer een gaatje te vinden. We knokken om plaats 5 en dat is het meer dan waard dit weekend. Een weekend waar die strips van Michel Vaillant ook als een rode draad door het evenement lopen op een zon overgoten Le Mans. In ronde 9 is daar het gaatje en dwing ik, ja ik blijf hem voluit noemen vind de naam geweldig namelijk, Beltramelli in de fout. Later dan later rem ik voor een rechterbocht en voor Beltramelli met zijn zware Corvette die mij probeert voor te blijven is dat veel te laat. Met een prachtige schuiver zeilt hij richting grindbak en ben ik mijn “plaaggeest” kwijt. Als ik het rechte stuk weer op dender en de jongens langs de kant door hebben dat ik er voorbij ben roept Marcel door te intercom “push push”. He wat dacht hij dat ik al 20 minuten aan het doen was.

Een raar gevoel weer naar Le Mans. Het evenement vind om de twee jaar plaats en dit is de vierde keer dat we ernaar toe gaan. Wel heel relaxed want het is voor de eerste keer dat ik geen auto hoef te herstellen voor Le Mans. In Aarhus de wedstrijd ervoor heb ik er geen krasje opgereden en de polyester kan dus in de kast blijven. Dat was in het verleden wel anders want voor Le Mans pleegde ik de auto altijd total loss te rijden waarna door heel hard werken met heel veel vrienden we de boel altijd weer op tijd klaar kregen. Beiden Alpine s zijn mee. Ikzelf rijd de Groep 4 mijn andere roze beestje wordt nu bestuurd door Guus de Koster. Normaal BMW M3 piloot maar voor deze gelegenheid stapt hij in de voor hem totaal onbekende Alpine. Guus wordt de rest van het weekend vriendjes met de wagen rijd een top kwalificatie op plek 17 met een 2.07 maar heeft een kleine aanvaring in Race 1 met een Europacup Alpine en moet opgeven. De schade valt reuze mee en voor Race 2 staat de auto zo klaar. Guus moet echter voor zaken op tijd terug zijn in Nederland en laat de tweede race voor wat het is.

In de vrije training op vrijdagmiddag ga ik lekker. Zet in het ASAVE startveld waar ik in rijd dit weekend de tweede tijd neer. De glimlach zit er volop. We zijn de training vooral bezig met het afstellen van de Kugelfischer injectie pomp. Die ging kapot in Aarhus en  moet even opnieuw ingeregeld worden. Tijd voor de testbank was er niet en dus doen we het op het circuit. Dinand mijn motorgoeroe brengt iedere keer kleine veranderingen aan. Ik voel soms verschil soms ook niet. Onderin trekt de auto als een beer maar op het rechte eind heb ik constant het gevoel dat ik door een grote hand wordt tegengehouden. In de kwalificatie op zaterdag morgen rijd ik de 6e tijd. Dat valt na de vrije training even tegen zeker als het verschil met de kop maar liefst 4 seconden per rondje bedraagt. Goed even de doelstelling die we hadden na de vrije training bijstellen. Podium is in deze klasse onhaalbaar. Top 5 moet kunnen. In de paddock wordt door de extreme warmte overal druk gesleuteld. De wagens hebben het zwaar. Ook Lars Rosenfeldt zijn Alpine A310 die gezellig bij ons in de tent staat heeft het zwaar te verduren. Wat een mooie vent is deze Deense piloot. Met zijn team is hij uit hetzelfde hout gesneden als die kerels van mij. Lars had een 9 dagen voor Le Mans nog niet eens een bruikbare motor in het achteronder van zijn raceauto. Die werd vanuit Denemarken even bij Dinand in Geesteren opgehaald, opnieuw opgebouwd en achterin de racewagen geflikkert. De reis naar Le Mans kon beginnen. Laat ik het zo zeggen het team van Lars inclusief hijzelf had er al een Le Mans trip opzitten voor ze op het circuit aankwamen. Het gehele weekend kennen ze problemen met een te heet wordende auto. Wij helpen daar waar mogelijk zoveel als het kan. Een motto alle Alpines zullen aankomen bij de finish. Dat lukt voor Lars uiteindelijk ook in race 2 op zondag. Nog nooit zo’n grote smile op iemands gezicht gezien.

Na de kwalificatie bouwen Marcel en Dinand een luchtgeleider op het luchtfilter, een soort airbox, die ervoor moet zorgen dat meer lucht de motor ingeperst wordt. Het moet het tegen houd gevoel op het rechte stuk wat ik constant heb laten verdwijnen. De plaatselijk bouwmarkt wordt door vriend Ignatius de Bakker geplunderd van zijn aluminium en met knip en plakwerk staat er een prachtige semi open airbox op de motor. Al in ronde 1 van de wedstrijd om half zeven op de zaterdag avond, mooie tijden zijn dat om te racen, krijg ik het eureka gevoel. Hun high tech knutselwerk werkt en de motor jaagt nu ook in de hogere toeren door. De kop van het Asave GT Tourisme startveld gaat hard, heel hard. Twee Porsche RSR en een DeTomaso Pantera zijn echt een maatje te groot. Daarachter zitten een aantal Porsche 911, Corvettes en Porsches 928 met mij ertussen in. De eerste race bouw ik geweldig op, spaar mijn nieuwe banden een beetje in het begin van de race en ga er halverwege  vol voor. Als ik vierde lig wordt de wedstrijd saai. De kop, de twee RSR en DeTomaso zijn ver weg. Van de rijders achter mij rijd ik langzaam weg. Constante tijden van 1.59 hoog 2.00 laag laten zien dat het met de snelheid van de Alpine goed zit. Met de oude Groep 2 reed ik in 2009 constant rond de 2.01. 60 pk meer achterin deze auto doet toch minder dan je dan verwacht. Ook op het Bugatti circuit met de lange rechte stukken. Of die Groep 2 is echt heel erg goed of ik durf minder zo’n 6 jaar later. Laten we het maar op het eerste houden. Als de Pantera twee ronden voor het einde uitvalt lig ik opeens derde algemeen. Boven op het podium staan op Le Mans, al is het het laatste treetje, is magie. Pure magie. Zoiets waar je van droomt als je als klein jongetje een Michel Vaillant boek zit te lezen, diezelfde strip wel duizend keer leest. Van dat wil ik ook. Op je 53ste vanaf een Le Mans podium richting Dunlop Chicane kijken en denken, fuck we did it, geloof me is lekkerder dan seks. De euforie is groot binnen het Equipejaronn kamp. De BBQ staat dan ook snel aan en met het zwembad erbij is de avond beren gezellig op de Le Mans paddock.

Ik had die derde plek echt even nodig. Was al een tijdje aan het kijken of ik die toerwagenracerij nog wel leuk vond. De Grac MT14 Formule Renault geeft mij ondertussen zoveel plezier en ook de aanschaf van een Formule 3 uit dezelfde periode laat me vaker glimlachen dat een overstap naar de ‘Monoposto’ er steeds meer inzit. Maar Le Mans doet mij beseffen dat ik dit spelletje nog steeds leuk vind en vooral ook de mensen eromheen.

“Push push”  Marcel zegt het heel rustig door de intercom, ja want rustig is hij altijd. Ik niet, ik rijd de ballen uit mijn broek. Na het inhalen van Beltramelli is de achterstand 6 seconden en met 3 ronden te gaan is de derde plek voor race twee natuurlijk niet meer haalbaar. Maar ga er wel voor. De motor achterin heeft het zwaar. Ik jaag hem door de toeren als nooit tevoren. Maar wanneer ik de kont van de Corvette C3 van Claude Cassina die dat podiumplekje vast heeft steeds groter zie worden heb ik zoiets van fuck it, deze V6 brengt me naar een tweede podium of hij ploft net zo mooi als de door de organisatie als cadeautje gegeven vuurwerk show op de zaterdag nacht. In de laatste ronde pak ik Cassina, als die zich voor een chicane verremt en een tweede podium is een feit. Ik ga uit mijn dak, de jongens overigens ook. Wat een race. Twee dikke Corvettes toch te pakken. Jongens met zoveel vermogen dat je er bang van wordt als ze gas geven. Dat Alpientje, yep dat Alpientje is zo slecht nog niet.


 

Wings and Wheels,

22 augustus

Formidable

Het is natuurlijk altijd eerst zien en dan geloven. Maar als ik in de voor laatste demo sessie met mijn Grac MT14 Formule 3 voor de derde keer de start en landingsbaan van vliegbasis Gilze Rijen opdraai zie ik wel degelijk aan de andere kant van de baan mijn eigen Grac MT14 Formule Renault met achter het stuur een coureur met een groene helm op. Henri Pescarolo, de Henri Pescarolo, heeft dus tijd genoeg gehad om direct na zijn eigen F1 demo in mijn Grac te stappen. Ik ga van het gas wacht Henri op en ga vervolgens lekker achter hem aanjagen. Het zijn maar een paar rondjes maar lijken een eeuwigheid te duren. Mijn “nieuwe” GRAC F3 rijd en stuurt top maar mist door het niet kunnen inschakelen van de 5e versnelling veel topsnelheid. De Formule Renault gaat met Henri achter het stuur als een kogel  over de brede baan. Driftend door de paar scherpe bochtjes en vol op snelheid op de lange rechte stukken. Ik moet trappen om de oude baas bij te houden en ben gelijk verbaasd hoe hard die Formule Renault uiteindelijk wel niet loopt. Na de demo sessie stappen Henri en ik uit bij de tent in de paddock. Gelijk staan er allemaal fans om heen. Oké voor Henri, ik ben natuurlijk maar een onbekende Amsterdammer. Maar Henri loopt gelijk naar me toe. Wat een geweldig wagentje is dit zeg. Prachtig de Engelse uitspraak met een Frans accent. Stuurt “formidable”. Remmen zo zo maar motor is bijzonder krachtig. Had even wat problemen met vinden van de juiste versnelling maar bijzonder leuk om hier even in te mogen rijden. Waren mooie tijden toen. En na een dikke klap op mijn schouder om me te bedanken neemt de viervoudig Le Mans winnaar weer tijd voor fans om handtekeningen te zetten.

U gaat hem begrijpen. Twee keer knijpen in mijn boven arm doet me weer belanden met beiden benen op de grond. Marcel en Ron komen teruglopen van de baan en vragen gelijk of er nog problemen zijn. Nou de 5e versnelling kan ik niet vinden en beiden storten zich op de auto om hem klaar te maken voor nog een laatste demo een half uur later.

Wings and Wheels op Gilze Rijen. Wat een mooi evenement. Alles is aanwezig voor een mooi feestje. Zon, prachtige auto’s, mooie racewagens, het 50 jarig bestaan van Matra dat gevierd wordt, top catering en een bijzonder gastvrije Luchtmacht (oude werkgever van me) en organisatie. Na Aarhus waar we ook demo’s deden met de Formule Renault lijkt dit soort weekeinden steeds leuker te worden. Geen stress van dit en stress van dat. Alleen maar plezier hebben en ook nog even lekker kunnen scheuren. Scheuren kan ik genoeg met de voor mij nieuwe GRAC MT14 Formule 3. Alles in de F3 voelt sneller aan dan in de Formule Renault. Qua topsnelheid doen de twee echt niet voor elkaar onder. In de bochten ligt de F3 door de slicks en brede banden veel beter en de remmen lijken  hoewel ook maar van 1972 en dus hetzelfde bouwjaar van een andere planeet. Technisch lijken de twee auto’s heel veel op elkaar. In rijden totaal niet. Gerard Gamand van Retro Autosport Magazine Autodiva uit Frankrijk is er ook met zijn Pygmee F2. Hij is de auteur van het boek over de geschiedenis van het merk GRAC. Weet er echt alles van en is verheugd de twee MT14’s  toch wel even naast elkaar in het echt te kunnen bewonderen. Gerard blijft er omheen lopen geeft aan wat hij nog zou veranderen qua afstelling aan de Formule Renault en is vooral opgetogen dat de F3, ooit in onderdelen eigendom van hemzelf, zo waanzinnig is gerestaureerd en er prachtig bijstaat. En dat staat hij inderdaad want de reacties zijn overweldigend van het in grote aantallen aanwezige publiek.

Raar dat ik als echte Youngtimer racer zo aan het omslaan ben naar de Formule racerij. Een toerwagen rijder hoort gewoon niks te hebben ermee. Niet dus, racers uit de oude doos, en ik ben een oude doos, willen in alles rijden wat een stuur en wielen heeft. Ik ga er nooit wereldkampioen in worden is ook niet de bedoeling maar plezier heb ik erin voor een miljoen. Noem me maar een raar mannetje. In de laatste demo sessie van de dag mag ook een verwoed toerwagen rijder en al jaren racemaatje Marcel Frijlink even de Formule Renault uitproberen. Het is zijn eerste keer in een Formule auto. De grijns op zijn gezicht na afloop van de sessie doet mij beseffen dat ik dus toch niet zo’n raar mannetje ben.


 

ZANDVOORT
3-4 oktober

BOEM
Waar sloeg dat dan op. Ik ben pissed en niet zo’n klein beetje ook. Net voor ingaan Tarzan sta ik met de neus van de Alpine in de vangrail. Ik sta net stil, heb ongeveer 300 meter witte muur op het rechte stuk van Zandvoort voorzien van een roze/groene streep, Smijt de deur hard dicht als ik ben uitgestapt. Een marshall gooit zijn arm om mij heen. Wat was dat nou Randall vraagt hij mij. Ja dat vraag ik me ook af.

Het circuit van Zandvoort is geliefd bij coureurs. Ook ik rij er graag. Op de een of andere manier heeft de baan wel iets. Mijn Alpine maatje uit Denemarken Lars Rosenfeldt heb ik uitgenodigd de roze Alpine te komen rijden. Het is het laatste weekend van het seizoen en de auto in de garage achter te laten is ook niet de bedoeling. Lars zegt volmondig ja en is benieuwd hoe de Alpine rijdt t.o.v. zijn eigen auto. Na de eerste training is hij van slag. Wat een verschil, wat gaat deze hard, remt hij enorm en wat een tractie. Maar Lars is ook bang van de auto. Te vroeg op het gas en hij spint. De Alpine piloot heeft het niet gemakkelijk het weekend, raakt meer en meer vertrouwd met de auto maar de limiet van de wagen opzoeken durft hij niet. Lol heeft hij wel want na het weekend kan hij naar huis met pijnlijke lachspieren.

Zelf heb ik ook lol. De training en kwalificatie laten zien dat de A310 groep 4 de laatste jaren is geëvolueerd tot een waar racemonster. Had ik er in het begin met de overstap van de GrII naar deze knaap veel moeite mee nu zijn de auto en ik een team. Kan ermee doen wat ik wil en vooral de speciale motor van Dinand is een juweel achterin. Waren tijden van onder de twe minuten op Zandvoort vroeger een droom nu rijd ik ze heel gemakkelijk. Zelf op een door olie besmeurde baan dit weekeinde. Met de snelheid zit het dus wel goed en er zijn verbeter punten. Remmen en vooral veren verdienen nu de aandacht. Dat is iets voor het nieuwe seizoen. De concurrentie is groot op Zandvoort in de vorm van dikke Porsches en BMW’s. Toch lukt het met veel kunst en vliegwerk de eerste race achter Equipejaronn maatje Mathijs Bakker en zijn bloedmooie BMW 635Csi als tweede te eindigen. Race twee verloopt ook voorspoedig. De gehele wedstrijd lig ik derde en als in de laatste ronde ik zie dat de voorsprong groot genoeg is om te houden heb ik al zoiets wat een mooi seizoen was dit. Bij het ingaan van de Audi S denkt Ad Geerts er in zijn Porsche 964 echter heel anders over. Als ik instuur zeilt hij met 4 geblokkeerde banden vol bij mij naar binnen en duwt me richting grindbak. Fuck waar kwam die dn vandaan. Ik zat al bijna op het gras daar was toch echt geen gat meer. Ad heeft zich verremd en niet zo’n klein beetje ook en een gat gezien wat er niet is. Ik blijf net uit de “kattebak” en volg Ad richting finishvlag. Heb zoiets lekker en bedankt vader mijn zijkant zal er wel lekker uitzien. Als ik vlak achter Ad als vierde eindig vertraagd hij vlak na de finish stevig af. Ik zit rechts naast hem, op het vuile gedeelte van de baan, schrik van de onverwachte vertraging trap stevig op mijn rem en voordat ik kan nadenken wat er gebeurt ga ik met dik 150 km/u haaks rechtsaf de muur in. Hobbel de bobbel glij ik er langs. Als hij me al verdrietig had gemaakt dan ben ik nu helemaal over de rooie. Wat was dat dan heb ik als ik stil sta vlak voor de Tarzan bocht. Ook mijn team heeft in de pitstraat zoiets van wat was dat dan. Terug in de paddock duurt het even voordat ik mij herpakt heb. De actie in Audi S dat zie ik als race incident. Kan gebeuren moet je tegen kunnen. Die na start finish als kansloos. De auto heeft veel schade. Iets waar ik de winter niet op zit te wachten want we hebben nogal wat andere projecten lopen. Niet een manier waarop je een top seizoen wil beëindigen. Zeker niet een seizoen met mooie podium plaatsen en waar we voor het eerst hebben, deze A310 is nu echt super.

Een paar dagen later in de eigen werkplaats relativeer is alles weer tot kleine proporties. Neusje kapot en zijkant eruit van de Gr. IV. Komt ook wel weer in orde. Nieuwe motor plaatsen in de F3, en de roze Alpine is verkocht die krijgt een nieuwe eigenaar in Duitsland. Genoeg werk om de winter en voorjaar door te komen. Seizoen 2016 staat weer sneller op de stoep dan we zouden willen. Maar dat gaat wel een mooi seizoen worden met wedstrijden in Aarhus, Spa, Charade, Le Mans en Dijon. Dat zijn mooie zaken om naar uit te kijken.