Pictures on this site Ignatius de Bakker Henry Soenarko Joost Rijkhoek Ruben Anders Paul Sluiters and from many of our fans
Racing memories
Monsieur Rédélé 1922-2007
merci pour la passion
Ralf Fronholt 1963-2008
Thanks for learning us that there is more than racing
Le Mans Story, 3-5 July 2009
ALLE FOTOS VAN LE MANS STORY Ignatius de Bakker en Henry Soenarko
Als ik in de uitloop ronde zit van de 2e race van het weekeinde heb ik maar een gedachte. Dit was dus echt gaaf. Wat een indrukwekkend weekeinde. De baan, de omgeving, de paddock en ook de Franse tegenstanders. Vier weken geleden hadden we nooit gedacht dat we dit als team na de crash op Spa zouden halen. Maar we hebben het geflikt en het race weekeinde in Le Mans was absoluut een kroon op het harde werken.
Het is een jongensdroom racen op Le Mans. Goed, natuurlijk een Youngtimer race is iets anders dan in een snelle bolide zitten tijdens de beroemde 24 uurs race, maar je komt toch aardig qua emotie in de buurt. Als ik in de eerste vrije training op vrijdag voor het eerst het rechte stuk opdraai zit ik meer om me heen te kijken dan voor mij op de baan. Wat een indrukwekkende tribunes waar je langs rijdt. Zelfs als ze nog leeg zijn zoals op dat moment. Hoe moet dat wel niet voelen als je als coureur deelneemt aan de 24 uur en ze stamp en stamp vol zitten. Het Bugatti circuit waar we op rijden is niet gemakkelijk onder de knie te krijgen. Een circuit met nogal wat knijp bochten naar links en rechts en ook een aantal waar je het instuurpunt niet echt van kunt zien aankomen. Maar het leren kennen van het circuit is niet het grootste probleem. De vibratie in de achterkant van de auto waar we al een week naar op zoek zijn en die we dachten opgelost te hebben zit er zeer duidelijk nog steeds. In bochten naar links en rechts gaat de auto als een gek te keer en ik en het team worden daar moedeloos van. Alles hebben we al geprobeerd en we zijn hier in Le Mans echt even door alle opties heen. Stap voor stap nemen we alles nog een keer door van de opbouw na de crash. Waar kan er wat misgegaan zijn. Besloten wordt om de aandrijfassen achter nog meer ruimte te geven de camber afstelling achter toch weer negatiever te zetten. Het helpt gedeeltelijk, de trilling wordt beduidend minder maar zal het gehele weekeinde er wel blijven. Maar er valt wel mee te rijden en dat is het belangrijkste want daar komen we hier voor.
De Franse Salooncar is een mix van allerlei soorten door elkaar. Een proto klasse met kleine lichte open Le Mans achtige sportwagens, de categorie sixties en seventies met auto’s als een Jide, Amazone, Alfasud, Maserati Barchetta, Capri, Porsche 911 RSR, Mini, BMW 3.0 csl en 2002, Falcons, Chevrolet Monza en ook VW Kevers en nog veel meer. Een bont gezelschap dus. We worden door de rijders van de Salooncars met open armen ontvangen maar ze hebben wel allemaal iets wat voor een tegenstander hebben we in ons vertrouwde huis gekregen. Met FIA reglementen nemen ze het bij de Franse Salooncar niet zo nauw. Als je auto uit een bepaalde periode komt kan je er eigenlijk van alles aan veranderen als je dat maar met technische hulpmiddelen doet uit dezelfde periode van wanneer de auto gebouwd is. En zo kan het zijn dat er een hele dikke 2 liter motor uit een VW bus in een Kever geplaatst wordt. Dat maakt een Franse Beetle, geloof mij, ongelofelijk snel. In de kwalificatie op zaterdag word ik 12e algemeen in een veld van 41 auto’s en ben ik 8e in de klasse.
Mijn tegenstanders zijn impressed maar ik nog veel meer van hun snelheid. Want de top van het seventies veld zit zo’n 7 seconden voor mij en dat is op deze baan heel veel. Rondom mij heen op de grid wel leuke auto’s als een Alfa GTV 6 cilinder, Lotus 47 Europa, Jide en een hele grote Ford Falcon met een machtig brullende motor. Jacky Daniel in een andere Alpine staat zo’n 15 plaatsen verder op de grid en is 8 seconden langzamer dan ik. Hij is onder de indruk van mijn bochten snelheid en terwijl ik hem uitleg dat die juist door de trilling in de auto niet helemaal oké is en ik vooral daar heel veel verlies zakt bij hem de moed nog verder in de schoenen. Jacky is een sympathieke vent die al 6 jaar met zijn A310 racet. Hij zit te kankeren op de nieuwe generatie rijders die met heel veel geld en heel veel dikke auto’s bij de Salooncar komen rijden. Ook zijn motor van Schafer uit Duitsland is klote en daar gaat hij nooit meer heen. Mijn Alpine vindt hij helemaal top en hij heeft nog nooit zo’n mooi racebeest uit Dieppe gezien. Maar daar komen we als team tijdens het weekeinde steeds meer achter dat de Fransen het met uiterlijk en vaak ook technische kwaliteit niet zo nauw nemen. Er gaat hier en daar nogal wat stuk. De Alpine van Equipe Jaronn steekt er echt in de paddock boven uit. Dat laten de rijders wel blijken maar vooral ook de honderden Alpine fans die op het evenement zijn afgekomen om founder van het Franse sportwagenmerk, Jean Redele te eren. Regelmatig loopt de tent van EAJ vol het Alpine liefhebbers die hun digitale camera’s vol schieten op alle onmogelijke plaatsjes in de auto. Zelfs echte diehards kruipen onder de auto en maken ook daarvan foto’s. Ook is de belangstelling groot als ik op zaterdag de auto voor de stand van Berlinette Magazine neerzet op het grote winkelplein op het circuit.
Berlinette Magazine maakt een special over de auto en is daarom groot op de gele Alpine gezet. Tientallen fans en ook oud coureurs van Alpine bekijken onze bolide van alle kanten. Ik zit extra te genieten, Le Mans wordt met de minuut leuker. Daar hebben we het dus dan toch allemaal voor gedaan.
Op zaterdag om vijf uur is de eerste wedstrijd. Een rolling start en die is behoorlijk chaotisch want Franse coureurs gaan er kennelijk meteen heel erg voor. Bij de beroemde Dunlop chicane schieten er aan alle kanten auto’s rechtdoor en dat ik niet getorpedeerd wordt is een raadsel. Ik verlies een paar plaatsjes maar begin al snel de methode van het Franse racespelletje door te krijgen. Ronde na ronde pak ik wat plekjes totdat ik opeens helemaal in niemandsland rijdt. De kop van het veld is weg en kan ik toch nooit inhalen. Achter mij kunnen enkele Porsches 911 en 924 turbo’s mijn tempo ook niet bijhouden. Ik besluit wat bochten te gaan experimenteren met verschillende versnellingen en ook hier en daar wat andere lijnen te rijden. Niet de juiste manier omdat in een wedstrijd te doen maar wel effectief zoals later zal blijken want in wedstrijd twee heb ik daar heel veel aan. Zevende word ik en zesde in mijn klasse. Dat is goed en in dit veld het maximale haalbare. Applaus na afloop. Alpine fans komen zelfs vragen om handtekeningen. Het zal wel iets te maken hebben met de magie van Le Mans. Ik loop in mijzelf te grijnzen van oor tot oor. Dit is zo gaaf.
Ondertussen zitten Marcel van Tim Tuning, die met zijn liefje Kim ook is overgekomen, Ron en Jan maar te brainstormen wat toch die trilling in de auto is. Er wordt zo hier en daar weer wat gewijzigd maar het gehele weekeinde krijgen we het er niet uit. Ignatius de Bakker en Henry Soenarko schieten ondertussen hun camera’s vol in de paddock en langs het circuit. Op zaterdag avond is er al een avondshow met foto’s vanaf de laptop van Henry. Honderden foto’s zijn er van de Alpine op de baan geschoten en het bewijs dat we er echt gereden hebben staat wel degelijk digitaal vast. Werkelijkheid, dus toch, ik ben echt niet beland in een stripverhaal van Michel Vaillant. Het gehele weekeinde gaat als een droom aan mij voorbij, wel eentje die echt uitkomt.
Race twee hoe moet ik die beschrijven. Ik denk de beste met de Alpine die ik ooit in de afgelopen jaren gereden heb. De gehele 30 minuten race heb ik het aan de stok met een Porsche 911 die vooral op het rechte eind ongelofelijk hard loopt en een Porsche 924 turbo die hetzelfde doet. Gelukkig voor mij komen ze de bochten niet om zodat ik iedere keer op het laatste bochtige gedeelte van het circuit een heel klein gaatje kan slaan die net voldoende is om hen voor te blijven aan het einde van het lange rechte eind net voor de Dunlop chicane.
13 ronden ga ik full pull en rijdt de laatste 6 ronden constant in de 2.01. Twee seconden sneller dan in de kwalificatie. De coureurs achter mij rijden snellere tijden maar zijn niet constant daarin. Ik ben zo gefocust op snel gaan dat ik de finish vlag compleet mis en gewoon blijf doorstampen. Pas als ik onder de Dunlop brug de marschalls in hun voor Le Mans zo karakteristieke witte overalls zie staan zwaaien op de baan met allerlei vlaggen weet ik dat het voorbij is. Ik ben gesloopt bijna 30 graden buiten, in de auto wil ik niet eens weten. “Magnifique course” brult de Porsche 911 rijder na afloop tegen mij in de paddock. “ vous roulez tres vite avec le Alpine”.
Inderdaad magnifiek, mooier kan je Le Mans Story niet omschrijven.
Nogmaals Ron, Marcel, Jan, Ine, Kim, Henry en Ig bedankt.
En het thuisfront, Marcel, Laurens, Peter, Piet en Martijn jullie ook.